Dat is hoe het gaat. Maria du Pré

Er viel een boom in het bos.
Het was de laatste ljublum boom.
De mieren wouden er niet wonen.
De vogels wouden er niet wonen.
Geen bosdier wou er wonen.
De zon scheen erdoor het gat dat de boom daar liet
Hoog in de takken van het bos.
Een ryselboom-saadje voelde warme zonnestralen regenden
En het groeide heel snel in het gat dat de andere boom daar liet.
En niemand weende voor de ljublum boom.

Want dat is hoe het gaat in het bos.

Er viel nog eens een boom in het bos.
Een man hakte hem om voor overleving.
Hij bouwde er een hut, er waren andere beesten
Die niet bosdieren waren.
Hij plantte bomen de ouden te vervangen.
Toen stierf hij.
De beesten werden bosdieren, maar stierven ook.

Want dat is hoe het gaat in het bos.

Er viel heel een bos
Rokende gele machine kwamen, hakten, scheurden, rieken, brandden,
verscheurden…
Toen werd het een boerderij – vlees voor fast food.
Wat voor een wrede beest zijn men die aanbidt bij de tempel des Mammon.
Ik hoop op een dag dat men sterven zal.

Want dát is hoe het gaat in het bos.

Advertisements